Professor Ewald Engelen is, met een aantal andere docenten, een voortrekker van de vernieuwingsbeweging in het onderwijs. Er is namelijk ook een beweging gaande in het basisonderwijs en het middelbaar onderwijs. Daar is de vlam, hoogstwaarschijnlijk onbedoeld, ontstoken door staatssecretaris Sander Dekker himself met zijn Onderwijs2032. Hebt u al gehoord van Maagdenhuis-junior, oftewel Leraar2032? Het nieuwste verbond van activistische leraren die onder meer pleitten voor een nationale Lerarenraad. Onderhand mogen we echt spreken van een trend met ook de klimaatbeweging Urgenda en de huisartsen-beweging Het Roer Moet Om. Of in de taal van de Maagdenhuis-studenten: “Who’s next?”.
Engelen vreest al een tijdje dat de vlam zal doven. Alle oproer in het hoger onderwijs voor niets is geweest, en dat alles hetzelfde blijft. Zo schreef hij recentelijk in De Groene: “Als de voortekenen niet bedriegen is de academische lente die zo veelbelovend begon met de bevrijding van het Maagdenhuis in het zomerreces alsnog geruisloos gesneuveld.” Daar denk ik radicaal anders over.
Ik was bezig met het schrijven van een boek over thema’s als autonomie, verbondenheid, competitie en samenwerking toen het losbarstte in Amsterdam. En dat op mijn eigen universiteit; ik heb Nederlands Recht gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Er gebeurde in het Maagdenhuis iets wat ik meende te herkennen. Mensen die zich mobiliseerden rond een onderwerp waar ze zich erg bij betrokken voelen. Na weken te hebben meegedaan wist ik het zeker: dit is politiek zoals het hoort te zijn. Alleen niet iedereen kijkt er met dezelfde ogen naar. Daarom ben ik een tijdje geleden aan een ander boek begonnen onder de werktitel: “Ideeënpolitiek” om mijn zienswijze te verduidelijken. Hoewel het Maagdenhuis een enorme inspiratiebron voor mij is geweest krijgt het daarin een bescheiden rol.
De Maagdenhuis-beweging was en is een collectief van meerdere groeperingen en individuen die zich verbonden rond enkele centrale thema’s, zoals democratisering en decentralisering van het bestuur van de academische gemeenschap, en rond een verhoogde transparantie van de financiële gang van zaken op de universiteit. Voor de bezetting van het Maagdenhuis was er de bezetting van het Bungehuis in Amsterdam. Het eerste gebouw is de verblijfplaats van het bestuur van de universiteit en de tweede is een gebouw van de faculteit geesteswetenschappen. Mensen die door mijn liberale vrienden, ik ben lid van de VVD, werden weggezet als ‘beroepskrakers’, zag ik als politieke vernieuwers. Niet vanwege bezettingen, maar vanwege het groeperen rond ideeën waar men zich betrokken bij voelt, deze ideeën samen doorontwikkelen en daarvoor gaan staan.
De zorg van Engelen over het langzaam doodbloeden van de Maagdenhuis-beweging is vanuit historisch perspectief erg begrijpelijk. In zijn lezing van twee jaar geleden in de Rode Hoed over de ‘Verwaarloosde staat’ vroeg Herman Tjeenk Willink, voormalig onderkoning van Nederland, zich openlijk af waarom de vernieuwingsbeweging van de jaren 60 en 70 zich niet had doorgezet. Plagerig gezegd, een onvoldoende voor de babyboomers! Alex Brenninkmeijer deelt de opvattingen van Tjeenk Willink dat er in onze huidige samenleving onvoldoende ruimte is voor tegenkrachten. Engelen bevindt zich met zijn kritiek dus in goed gezelschap. De oud-vice-president van de Raad van State en de voormalige Nationale ombudsman spreken uit jarenlange ervaring op het hoogste niveau. Een belangrijk verschil met vroeger: er is nu geen sprake van een generatiestrijd. Millenials, babyboomers en andere generaties trekken juist met elkaar op. Dit geldt overigens zowel voor de voorstanders als tegenstanders op een bepaald onderwerp; in dit specifieke geval de inrichting van het hoger onderwijs. Daarnaast vinden de “rebellen” een deel van de “elite” aan hun kant, waaronder de voorzitter van een regeringspartij. Tenslotte is het belangrijk om te onderstrepen wat ik al eerder opmerkte, dat deze strijd over de wijze waarop dingen moeten worden gedaan zich niet beperken tot enkel het onderwijs. We hebben het over een breed maatschappelijk verschijnsel.
Het “geruisloos snuivelen” van Engelen gaat in mijn ogen wel op voor “Nederland Schreeuwt om Cultuur”. U weet wel de kunstprotesten uit 2011. Boosheid is namelijk moeilijk lang vol te houden zonder om te slaan in rancune of het bekende “het heeft toch allemaal geen zin". Boosheid zet zaken stevig in beweging, maar voor de langere termijn heb je meer nodig. Een analyse over wat er niet werkt en hoe het beter kan, dat creëert een spanning die een langdurige beweging mogelijk maakt. Zo had Pim Fortuyn onvoldoende aan zijn analyse over “de puinhopen van paars”. Hij moest ook een alternatief bieden. Dat bedenken en overeenkomen in een groep kost moeite en tijd. Creëren gaat nu eenmaal niet vanzelf. In zijn kritiek op de politiek, voordat hijzelf professioneel politicus werd, zei Fortuyn in Buitenhof: “De politiek denkt niet in alternatieven, maar in stapje voor stapje." Je zou volgens Fortuyn een aantal visies moeten neerleggen en die ook wetenschappelijk onderbouwen. Hij wees tevens op een gebrek aan grote en nieuwe verhalen, zoals heden ten dage Rutger Bregman dat doet.
Wat groeperingen zoals Rethink UvA, Humanities Rally, Leraar2032, Urgenda en anderen gemeen hebben is dat zij ook daadwerkelijk komen met alternatieven. Niet alleen roepen wat hen niet bevalt, maar ook laten zien hoe het wel degelijk anders kan. Daarvoor worden ook platformen opgericht online en offline, zoals recentelijk www.omslag.de. De nieuwe openbare online denktank voor veranderingen in het hoger onderwijs. De klimaatzaak is mede ontstaan door zulk onderling overleg op een gemeenschappelijk punt. Wat we in mijn ogen zien is dat de toenemende intellectuele armoede in de politiek steeds meer wordt gecompenseerd door mobilisatie vanuit de samenleving zelf. De kunst is om daar een duurzame beweging van te maken. Met mijn komende boek hoop ik daar mijn steentje aan bij te dragen. Wat nu voor sommigen als Engelen nog te traag gaat kan snel aan vaart winnen, zolang er maar aan gewerkt wordt op een constructieve manier. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat we anders naar de politiek gaan kijken dan we gewend zijn te doen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten